De bevrijding van de afsluitdijk.
Informatie over de oprukkende bevrijders.

bron: KOERIER, WOENSDAG 4 MEI 2005.
Bevrijding rond Afsluitdijk

60 Jaren bevrijding, vlaggen wapperen. Wat zegt het allemaal? Feest, herinneringen, spanning of misschien wel niets. Er is veel aandacht voor de oorlog en vrede. Bekende en minder bekende voorvallen worden doorgespit. Nostalgie voor ouderen en hopelijk leermomenten voor jongeren:’dat nooit weer’. Het Kazemattenmuseum Kornwederzand verzamelt en registreert nog steeds nieuwe verhalen van toen. Mondelinge geschiedenis ook wel Oral History genoemd of’sfeergeschiedenis’. Dicht bij huis, dat wel, rondom Kornwederzand.

In 1939 leek de dreiging voor oorlogsgevaar wel mee te vallen. Nederland was de Eerste Wereldoorlog veilig doorgekomen als neutraal land en we zouden ook nu wel weer buiten de strijd blijven. Duitsland breidde echter zijn macht uit. Hitler nam eerst Oostenrijk en Sudetenland in en viel daarna Polen binnen. Engeland en frankrijk verklaarden daarop Duitsland de oorlog. Ondanks onze neutraliteit ging het Nederlandse leger ook onder de wapenen en mobiliseerde. Je weet maar nooit.

Opwinding

De grenstroepen betrokken strategische punten. Als de vijand aanviel, zou hun opmars vertraagd moeten worden door versperringen, bruggen vernielen eb gebieden onder water zetten, inunderen. Het gonsde van geruchten. Terugtrekken zou men op de Wonsstelling en over de Afsluitdijk de Vesting Holland versterken. Het Zaailand in Leeuwarden was een druk verzamelpunt waar gemobiliseerde legeronderdelen werden geformeerd. Er heerste spanning, waarheen, wat gebeurt er? Gevorderde paarden werden ingespannen, sommige sloegen op hol.

Korporaal Jan van Veen uit Franeker was er ook. Hij kreeg zijn marsopdracht en liep met velen van Leeuwarden naar de Wonsstelling bij de Afsluitdijk. Twee dagen later kwamen ze aan, doodmoe en sommigen zonder hakken of zolen. De 16- jarige Jelle Posthuma uit Harlingen kende de Afsluitdijk en de machtige kazematten op Kornwederzand, Hij was er kind aan huis. De vesting was voor de vijand onneembaar wist hij. Als leerling-timmerman bij het aannemersbedrijf van zijn familie Posthuma-Tichelaar werkte hij bij de kazematten. Wegen en paden onderhouden en gras maaien. De prettige contacten met de soldaten staan hem nog helder voor de geest. Kort voor de oorlog hielp hij de periscopen aanbrengen in de observatiekoepel van de commandokazemat. Seinende Nederlandse vliegtuigen kwamen over. Als een teken aan de wand?

Wat doen jullie hier, het is oorlog!

De oorlog brak uit op 10 mei1940. De 1e Cavalleriedivision van generaal Kurt Feldt viel ons land binnen.. Met paarden, gemotoriseerd geschut, wielrijders en marcherende troepen trokken ze door het noorden op naar de Afsluitdijk, zo’n 150 km westelijk. Bettie Mollema (16) uit Franeker wordt om 4 uur wakker. Ze hoort de bij hun thuis ingekwartierde Nederlandse officier op de slaapkamerdeur van haar ouders kloppen en zeggen: ’Ik moet gaan, het zit fout!’. Rond 5.30 uur stapt Jelle met zijn neef Anne Tigchelaar in Harlingen op zijn fiets, op weg naar Kornwederzand. Hij had geen weet wat hem te wachten stond. Het was druk op straat. Een vluchtende menigte ging de Duitsers vooraf, zij haasten zich naar Noord-Holland. Bij tankstation Arie den Breejen op Kop Afsluitdijk, hielden Nederlandse soldaten de mensenstroom tegen, waaronder Joodse kennissen. Een kanon stond dreigend opgesteld. Spanning en emotie waren voelbaar, sommigen reageerden woest. De jongens mochten met hun werkpas doorgaan naar Kornwederzand.

Eenmaal daar aangekomen zei de commandant van de kazematten, kapitein Boers: “Wat doen jullie hier, het is oorlog!” Duitse Stuka jachtbommenwerpers doken over Kornwederzand, ze observeerden en vuurden niet. Nog niet. Snel terug naar huis.

Afscheidsbrieven.

Maar ze moesten wachten. Wachten op wel honderd afscheidsbrieven van soldaten om te posten in Harlingen, een laatste bericht naar huis. Als de jonge mannen rond 8 uur weer bij de Kop Afsluitdijk zijn, is het daar een gekkenhuis. Velen werden onder luid protest tegengehouden. Dan maar proberen met een boot uit Makkum naar Holland over te steken. Jelle zal tijdens de oorlog niet op Kornwederzand terugkeren.


Strijd.

Dan trekken de Duitsers Harlingen binnen en bezetten de kop Afsluitdijk en omliggende plaatsen. Gerrit de Grootte (15) uit Harlingen ziet de Duitsers zijn stad binnentrekken: „Pantserwagens met dreigende soldaten en machinegeweren reden in de richting van de Noorderhaven, heel angstig”.

Aan Gretha de Jong (20) vragen de Duitsers wijzend op Terschelling: Fräulein ist das England?” Zurich beleeft zijn eerste oorlogsactie als Rients de Boer (18) Duitse ME 109 jachtvliegtuigen uit het noord- oosten op zo’n 100 m hoogte hoort aanstormen: “Onze jongens werden beschoten, Santema en De Frankrijker vielen als eersten. Ook lagen er meer dan 10 dode koeien”.

In paniek verlaten bewoners Zurich. Rients bleef: “Er kwamen vier Duitse geschutsopstellingen, het werd link!” Schoten vielen. Hij zag een PAG-soldaat door scherven sneuvelen, ook zijn paard ging eraan. Later kwam hij terug in huis. Het zwaargouden horloge van zijn vader en onderkleding waren gestolen. Duitse soldaten hadden een presentje achtergelaten, vuil ondergoed.


Raadselachtig dodental.

De strijd rondom de Afsluitdijk kostte 18 Nederlanders het leven en een aantal Duitsers. Hoeveel? Zeker één, Ernst Abraham, 23 jaar jong, gefreiter (korporaal) bij de artillerieafdeling 753, die met zwaar hoofdletsel in een veldgraf bij de Kop Afsluitdijk in zijn uniformresten werd begraven. Op 8 augustus werd hij herbegraven op de Noorder begraafplaats in Leeuwarden en in 1958 overgebracht naar ‘Ysselsteijn’ Venray. Over Duitse verliezen is weinig bekend. Toch worden na de oorlog 43 meldingen opgetekend door oud-burgemeester mr. G.A. Bontekoe, over mensen die dodentransporten zagen langs de route Afsluitdijk-Duitse grens. Ook zijn door het Kazemattenmuseum dodentransporten geregistreerd in het kader van de Oral History. Zoals van Keimpe Roedema uit Wons, toen 11 jaar. Hij zag met zijn vader naar schatting 12 afgedekte Duitse vrachtauto’s met dode en gewonde Duitsers: „We hoorden sommigen kreunen... er lagen steeds wel zes lichamen op elkaar gestapeld”.


Oorlogsjaren.

Ondanks de bezetting gaat het dagelijkse leven met al zijn beperkingen door. Rantsoenen, uitgaans-verbod, Jodenvervolging, Sperrzeit, razzia, NSB-ers, landverraders, moffenmeiden, verzet, maar voor Jelle Posthuma studie. Hij volgt de HTS in Leeuwarden, op de fiets heen en weer. „Ik heb geluk gehad. Geen honger geleden en weinig van de vijandelijke verharding ervaren”.


Geluk in kwadraat.

In 1942 vond hij op het Amelandse strand een aangespoelde mijn. Vader verbood hem het onding te demonteren, levensgevaarlijk. Later vond vader zelf zo’n mijn en begon er aan te sleutelen. Nu was het ineens niet meer gevaarlijk? Het liep goed af. Bij Kimswerd stortte een geallieerde bommenwerper neer. Een diep gat in de grond, geen Duitse bewaking of slachtoffers. Er ligt interessant oorlogstuig. Samen met neef Gerrit verbergt hij een mitrailleur in een zak en op de fiets naar Harlingen. Met een volle mitrailleurband om zijn middel glipt hij langs de Duitse wachten. Het wapen werd verstopt in rietkraag voor het huis van zijn oom. Die werd razend toen hij het wapen vond. Hij gooide het in de sloot..

Maar er volgden ook gevaarlijke spelletjes met kogels. In de bankschroef, kop eraf en springstof eruit. Drevel in het slaghoedje en dan .... Jelle grijnst: “Een enorme knal, de drevel sloeg uit mijn handen, rook, suizende oren en lamgeschrokken. Gelukkig liep het goed af”. Maar het was niet genoeg. Met het overgebleven kruit lieten ze de Duitsers in de wachtpost bij de Riedbrug schrikken. Een kruitspoor van ongeveer een kilometer werd uitgestrooid en aangestoken. Floep daar liep het vuurtje tot aan de brug waar het doofde. Geen heldendaad, gewoon pesten. Onmiddellijk kwam een Duitse patrouille. De neven wisten nergens van! Het geluk was met de waaghalzen.


Smilde.

Met tegenzin moest Jelle naar Smilde om tankwallen te graven. Zijn vader haalde hem later op toen hij daarom vroeg. Voor Kerstmis 1944 lukte dat, terug naar huis. Eerst op de fiets met verteerde banden. De stalen velgen ratelden met veel herrie over de straat. Bij Lollum werden ze door een Duitse patrouille aangehouden: “Vader had een goede smoes en vervalste papieren. Ik met mijn 1.96 m lengte, trilde van de spanning”.

Tot de bevrijding duikt Jelle onder in de ouderlijke woning aan de Patrimoniumstraat in Harlingen. Schuilen in een hokje onder het schuine dak, gestoffeerd met matrassen tegen kogels en bajonetten. Zijn eigen bed bleef onbeslapen en een peperbusje bij de hand om speurhonden af te schrikken als er een razzia zou komen. Gelukkig bleef het bij Duitse soldaten die onder zijn dakraam met Harlinger meisjes stonden te vrijen. Gretha de Jong, nu 85 uit Harlingen: “Ik herinner mij die jonge Harlinger liefjes. Vaak lid van de Jeugdstorm en met een souveniertje achterblijvend”.


Romance.

Jelle had ook een liefje, Bettie Mollema (19) uit Franeker die hem enkele dagen voor de bevrijding opzocht. Op de fiets, ze kon niet langer wachten. Duitse troepen waren op weg naar Harlingen. “Gestolen varkens en koeien namen ze mee, heel vreemd”. Haar ouders zaten in zak en as. Ze kon niet meer terug door de strijd die volgde, maar beleefde heerlijke dagen bij haar ‘onderduiker’.


Bevrijding.

Jelle noteert op maandag 16 april 1945 in zijn blocnote: „De bevrijding.... Vanmorgen kwamen de eerste Engelsen pantserwagens wat dicht bij de stad en toen zijn de bruggen rondom de lucht ingevlogen. Het begint vervelend te worden...”. Het granaatvuur van tanks regent over Harlingen en klettert door de straten. Nauwkeurig schrijft hij : „...tien huizen ongeveer 25 à 30 meter van ons af hebben voltreffers gehad”. Vliegtuigen cirkelen rond, afweergeschut blaft. Nieuwsgierig kijkt Jelle door het dakraam. Duitsers zijn vlakbij. Dan een harde knal en een kogel slaat naast zijn hoofd in het raamkozijn. Dat scheelde weinig. De kromgeslagen kogel bewaarde hij nog jaren. Hij vervolgt: „Er ligt een Duitser bij onze buurman in de tuin te schieten op de brug waar de Canadezen over moeten”. Dan kruipen vieze mannen uit de sloot bij de Spiekerbrug over de Ried. Ze lopen door de straten en dragen platte helmen. Dit zijn geen Duitsers.

Bevrijding met suikerbietenstroop 60 jaar later het ...recept.

Rond middernacht trekken de eerste Canadese bevrijders van de Canadian Highland Infantry de stad in. Jelle: „We waren bevrijd! Sigaretten, het was echt feest. De commandant van een brengun-eenheid bleef die nacht bij ons thuis. We aten brood met suikerbietenstroop”. Bettie verklapt 60 jaar later het recept: „Bieten raspen en koken, daarna inkoken en door zeef. Ruikt en smaakt lekker”.

Bevrijdingskinderen.

In Harlingen zijn negen maanden na die nacht veel kinderen geboren. Na de oorlog verontschuldigt de brengun-commandant zich tegenover Jelle’s vader: „Sorry wat wij jullie meisjes hebben aangedaan”. Jelle trouwde in 1950 met zijn Bettie, ze kregen vier kinderen en wonen nog steeds in Harlingen.

Ton van den Berg, conservator Kazemattenmuseum

Kazemattenmuseum Kornwederzand geopend van mei tot en met september op woensdag en zaterdag van 10 – 17 uur. In juli en augustus ook op zondag van 13 – 17 uur.
De foto’s:


Afsluitdijkbevrijding.



Canadees met brengun ligt in stelling aan de Kop Afsluitdijk. Het plaatje laat goed zien hoe smal de dijk en het fietspad waren vergeleken met de huidige A7.


Afsluitdijkbevrijding.



Bevrijde buurtbewoners uit de omgeving Patrimoniumstraat Harlingen. Jelle vijfde van rechts op de brencarrier. De bevrijders worden met open armen ontvangen in de Franeker Voortstraat.

Deze doorzeefde Ford werd kort voor de Duitse aanval nog bereden door kapitein P. v.d. Linden in de Wonsstelling Brencarrier met Harlinger bewoners. Op de zijkant is met krijt geschreven: ‘Groeten uit Franeker’. Deze carrier is uitgevoerd met 2 Browning machinegeweren oorspronkelijk kaliber 0.303

5 november 1941. het Joodse kerkje in Harlingen wordt bij een ‘vergissingbombardement’ vernield.


Afsluitdijkbevrijding.



Drie verzetsmensen bewaken met wapens in aanslag de terugtocht van Duitsers over de Afsluitdijk bij Kornwederzand. V.l.n.r. Jaap van Biert, Sjoerd de Jong, beiden uit Lollum en Wim Harders uit Tjerkwerd, later bestuurslid van het Kazemattenmuseum.


Afsluitdijkbevrijding.



De Duitse bezetter blaast de aftocht en moet wandelend naar huis. Hier passeert een colonne krijgsgevangenen Bolsward Bevrijding voor ons betekende een vernederende aftocht voor het Duitse ‘Herrenvolk’ naar de Heimat’. Massa’s krijgsgevangenen arriveerden uit Holland met LCT’s in Harlingen. Op de achter-grond zijn twee bruggen van de landingsvaartuigen zichtbaar. Een lange wandeltocht via Bolsward en Sneek volgde.


Afsluitdijkbevrijding.



Vertrek uit de havenstad naar huis, bagage op geïmproviseerde handwagens. Harlingers hangend op een hek, zien ze graag gaan. Jelle Posthumus uit Harlingen is 16 als de oorlog uitbreekt. Hij werkte als leerling-timmerman aan de kazematten.


Last update: 29-09-2007 by www.herdenking.nl