Market Garden

Bron: Twentse Courant, zaterdag 10 september 1994.Door Rob Hirdes

MARKET GARDEN
17 – 26 SEPTEMBER 1944
DE SLAG OM ARNHEM
(gevecht om de Rijnbrug).

In de ochtend van 17 september 1944 vertrokken ca. 1400 bommenwerpers vanuit Zuid-Engeland met als doel het gebied rond Arnhem te bombarderen. De weerstand van de Duitse troepen moest aldaar worden gebroken. Tegen de middag volgde de grootste luchtlandingsvloot uit de geschiedenis: 2023 vliegtuigen met 20.000 man luchtlandingstroepen aan boord. Vanuit het zuiden trokken gelijkertijd 20.000 geallieerde voertuigen naar het noorden richting Eindhoven. Dit konvooi stuitte echter op sterke Duitse tegenstand en kwam slechts langzaam vooruit. Ook de geallieerde luchtlandingstroepen boven de Nederrijn kregen het zwaar te verduren. Door de grote Duitse overmacht en het uitblijven van versterking moesten zij op 26 september de strijd opgeven.

Oostenrijkse SS-arts Egon Skalka redde Britten uit hel van Oosterbeek.

‘Ik deed wat elke arts zou doen’

Egon Skalka was ooit divisie-arts bij de Waffen-SS. Nu is hij arts in-ruste in Oostenrijk. Skalka was ooit in Nederland. Nu alweer vijftig jaar geleden. Meer dan 2200 gewone Britse soldaten danken hun leven aan hem. Hij keerde nooit weer.

Egon Skalka, een rijzige man wiens 78 jaren hem niet zijn aan te zien, verbleef vijftig jaar geleden als 29-jarige arts nabij Arnhem, ingedeeld bij de negende SS-pantserdivisie ’Hohenstaufen‘. We schrijven 17 september 1944. Operatie ’Market Garden‘. Met als onderdeel de luchtlanding van de eerste Britse Airborne-divisie op de Ginkelse Heide.

„De lucht was vol van parachutisten,” herinnert hij zich als de dag van toen. „Er moest vast wat aan de hand zijn.” Er was van alles aan de hand. Tijdens de opmars naar Arnhem stuitten de geallieerden op hevig verzet van de negende en tiende SS-pantserdivisie. Zij liggen min of meer bij toeval in de buurt van de Gelderse hoofdstad, om nieuwe krachten op te doen na hun mislukte inzet in Normandië en smadelijke terugtocht door Frankrijk. Desondanks zijn het elite troepen.

Het verhaal is bekend. Slechts één geallieerde divisie weet onder leiding van John Frost de brug over de Rijn te bereiken. Veel Britten worden op een gebied van drie bij twee kilometer bij Oosterbeek ingesloten.
Skalka de armen op de borst gevouwen: „Hun verliezen waren hoog. Hun gewondennesten overvol. Donnerwetter, donnerwetter…” Zijn blik draait weg alsof hij de opkomende beelden van creperende soldaten en stinkende wonden niet weer wil oproepen. Hij probeert het gesprek een abrupte wending te geven. Door over de bekoorlijkheid van het Karintischeland, zijn geboortegrond, te beginnen. Juist op het moment, dat zijn rol als reddende arts ter sprake zal komen. Hij staat er zich niet op voor.

Eerbied

De Amerikaanse auteur wijlen Cornelius Ryan van ‘De Langste Dag’, ooit op bezoek bij de Oostenrijkse arts, schreef in diens gastenboek: „Een oprechte Duitse soldaat, die tijdens de slag om Arnhem duizenden mensenlevens heeft gered en nimmer de publiciteit zocht. Met eerbied voor majoor dr. Egon Skalka.”

Terug naar het slagveld bij Arnhem. Terug naar de uitzichtloze situatie, waarin de geallieerden in Oostenrijk zich in die boze septemberdagen bevinden. In dit stadium van de strijd informeert de Britse generaal Urquhart zijn opperbevel in Londen over de netelige positie van zijn troepen.

Maar aangezien de Duitsers in het bezit zijn gekomen van de Britse zend- en ontvangstapparatuur, vangen ze het alarmerende bericht op.

Obersturmbahnfürer Walter Harzer van de negende SS-divisie stelt zijn divisie-arts dr. Skalka voor de Britten hulp te bieden. Uitgerust met volmachten rijdt de arts op 24 september in een buitgemaakte jeep en vol met medicamenten, dwars door de linies naar Oosterbeek. Hij herinnert zich:„Op de motorkap zat een krijgsgevangen gemaakte Brit met een Rode Kruisvlag.” Eerder was hij eens in Rode Kruisauto beschoten. Dat was nog in Frankrijk. „Ik werd toen door drie Engelse jagers onder vuur genomen, liet me uit m'n auto rollen en raakte daarbij lichtgewond. De wagen ging in vlammen op.” Via zijn ’Funkgerät’ beklaagde hij zich er bij de geallieerden over.

„Zorgt u er in hemelsnaam voor, dat een Rode Kruisauto voortaan niet wordt beschoten, riep ik door de radio. Helaas komt dat aan beide kanten voor, lieten de Britten laconiek weten”. Ditmaal bleef een soortgelijke ervaring hem bespaard en kwam hij in contact met de Britse legerarts kolonel dr.Warrick. Via overleg op hoog niveau wordt een twee uur durend staakt-het-vuren overeengekomen. „Met alle beschikbare Duitse en Britse voertuigen werden zoveel mogelijk gewonde geallieerden naar onze noodhospitalen in Arnhem en omgeving overgebracht. Tegelijkertijd reden wij grote voorraden verband en medicamenten de hel van Oosterbeek binnen”.

Ook gedurende de dagen erop wordt telkens een twee uur durende staakt-het-vuren in acht genomen. In de buurt van hotel De Tafelberg worden de Britten in voor gewondentransport ingerichte Duitse vrachtauto’s geladen en afgevoerd. „Bovendien werd het in onze handen gevallen Elisabeths Gasthuis in Arnhem ter beschikking gesteld,” meldt hij zonder enige ophef. Zo ook: „Eén van de artsen voorzag het ziekenhuis, uitsluitend bestemd voor het onderbrengen van zwaargewonden, van medicamenten en andere goederen ter verzorging van de Britten: „Wie die arts was…? Dat was ik…” Het heeft iets van het verdoezelen van feiten. Waarom? Vanuit een bescheiden opstelling? Skalka: „Ach, wat, bescheiden. Waar moet je je op voorstaan? Het is allemaal zwijnerij. Je handelen vloeit voort uit de waanzin, die oorlog heet. Daarin wordt veel gedood. En soms gered. Ik heb als arts niet meer en niet minder mijn plicht gedaan. De eed van Hippocrates verplicht elke medicus zonder aanziens des persoon hulp te bieden, daar waar nodig. Dat is het hele verhaal.”

Hij is er alleen al om die reden niet trots op, dat hij en de zijnen tussen 24 en 26 september ’44 meer dan 2200 geallieerden het leven hebben gered. Maar hij zit er ook niet mee, dat hij nog voor de ’Anschluss’ van Oostenrijk in 1938 zich als medisch student vrijwillig meldde bij de Waffen SS.

„Het was de tijdgeest,” noemt hij het. „Mijn familie sympathiseerde met de ideeën van het Derde Rijk. Daarom ging ik in Jena medicijnen studeren.” Hij onderbrak die door zich in 1937 te melden bij de Kriegsschule van de Waffen SS. In 1941 studeerde hij in Graz af als arts. Oorlogshandelingen brachten hem in Griekenland, de Krim, Normandië en in Arnhem. Viermaal raakte hij zelf gewond. Minstens zo vaak redde hij in die eerste oorlogsjaren levens.

„Mijn eerste Engelsman verbond ik in Griekenland. ’Sind Sie Nazi’, vroeg hij verbaasd. Ik knikte. Hij bracht me later een fles cognac.” Van een andere gewonde kreeg hij zijn jack aangeboden.

Naamloos

„In Rusland opereerde ik Russische militairen. Haalde granaatscherven uit hun lichaam. Van granaten, eerder afgevuurd door onze troepen. Je zaait in een oorlog dood en verderf onder duizenden en nog eens duizenden naamlozen, die roemloos ten onder gaan. Moet mijn naam dan zonodig geroemd worden…?”

De Britse legerarts Warwick deed dat wel. Aanvankelijk tenminste. „Ik wil hierbij mijn dank en erkentelijkheid uitspreken voor de wijze, waarop de Duitse hospitaalsoldaten onder leiding van dr. Skalka meer dan 2200 gewonden in de periode van 24 tot en met 26 september uit Oosterbeek evacueerden," schrijft hij op 2 oktober 1944.
Maar het eerbetoon van Warwick aan divisie-arts Skalka en diens ondergeschikten is maar van korte duur.

Later verklaart de Brit, dat het iedereen duidelijk was, dat voor de Duitsers de oorlog verloren was en dat Skalka met zijn inzet alleen heeft geprobeerd zich ’rugdekking’ te geven. Die opmerking ligt voor hem nog steeds als een schaduw over hetgeen hij toen tot stand heeft gebracht.
Na de oorlog verblijft de arts als krijgsgevangene van de geallieerden twee jaar in een interneringskamp. Als dank voor zijn humane opstelling? Na enige aarzeling: „In zekere zin wel. Gemiddeld gold een periode van vijf jaar…”

Noot: Van de ruim 10.000 man van de Britse 1e divisie, waren er 1200 gesneuveld en meer dan 6000 gevangen genomen. Ca. 2400 man slaagden erin naar het zuiden te ontkomen. Arnhem had men moeten prijsgeven. De stad zou pas zeven maanden later, in april 1945, worden bevrijd.

De geallieerden landden op ruim 10 kilometer ten westen van de brug omdat het drassige gebied ten zuiden van de stad in het noorden geen goed landingsgebied vormde. Alleen het 2e bataljon wist uiteindelijk de noordelijke toegang tot de brug te bereiken, maar moest na vier dagen, volkomen geïsoleerd van de overige geallieerde troepen bij Oosterbeek, de strijd staken. Behalve Dakota’s met parachutisten werden ook bij de operatie Market ook zweefvliegtuigen ingezet. Het gebruik ervan had als voordeel dat pelotons na de landing zich sneller konden hergroeperen. Bij de luchtlandingen werd de Britse Airspeed Hora 1 gebruikt. Het aanvalszweefvliegtuig kon 27 mensen herbergen. De sleepsnelheid bedroeg 240 km/u en de zweefsnelheid 160 km/u.


Last update: 28-05-2006 by www.herdenking.nl